Mekong Delta, Phnom Penh en Sihanoukville

Na een laatste dagje HCMC was het tijd om de Mekong Delta in te gaan. Na lang wikken en wegen wilden we toch een wat duurdere tour gaan doen inclusief homestay. Aangekomen bij het bureautje bleek alleen ´de andere´ tour te boeken – inclusief bezoekjes aan een coconut candy fabriek, pottenbakker, fishfarm, enz… en dan moet je overal natuurlijk kopen, kopen, kopen. Hadden wij heel geen zin in en die toer kon je echt overal voor een paar tientjes boeken; ons niet gezien. Enigszins teleurgesteld hebben we toen een busticket geboekt naar Can Tho van waaruit je veel van de delta kan zien. En dat bleek een goede keuze achteraf!

Voor iedereen die naar Vietnam wil gaan trouwens even een goede tip. De meeste busmaatschappijen regelen na aankomst op het busstation een taxirit met hun eigen busjes. Wel opletten want er staan tientallen taxichauffeurs om de bus heen die je maar wat graag naar je hostel willen brengen. Niet op ingaan dus en gewoon het kantoortje van de busmaatschappij inlopen. Je moet soms eventjes wachten maar vervolgens wordt je wel mooi gratisch en de voor niksch afgedropt! In het hostel kon je gelijk een goedkoop bootje regelen voor een toer naar de floating market en ook de bustickets voor een volgende bestemming waren zo geregeld.

De volgende ochtend moesten we om 5.30 klaarstaan voor onze tour naar de Chau Rang floating market. Uiteindelijk iets later (zoals wel vaker) dan gepland door de taxi opgepikt en op naar het dock. Daar lag een schattig klein bootje voor ons klaar en ja dat was alleen voor ons! Het was een klein uurtje dobberen naar de markt. Op de drijvende markten wordt allerhande fruit en ander voedsel verhandeld en er zijn ontbijtbootjes waar we een lekker noedelsoepje hebben genuttigd.

Na de markt was het wisseling van de wacht voor de schipper, hij stapte op een ander bootje en een mevrouw (waarschijnlijk zijn vrouw) kwam bij ons aan boord. Vervolgens kregen we nog een toertje door de smalle watertjes en onze mevrouw was flink bezig met de water cocusnootplant. Als je de bast schilt kan je hiermee allerlei dingen maken. Eerst kreeg Laura een mooie bloem en aan het einde van de toch was Laura helemaal in stijl opgetuigd tot en met oorbellen aan toe!

Eind van de ochtend weer de bus in op naar Chau Doc vanwaar je met een speedboot naar Cambodja kan. Aangekomen in het hostel werd ons een goedkoop motorbike zonsondergangs-toertje aangeboden naar een berg met uitzicht over de rijstvelden en delta. We wilden nog wel wat van de omgeving zien dus 30 minuten na aankomst zaten we achterop de brommer. Het itzicht was prachtig en liggend in een hangmat hebben we genoten van een mooie zonsondergang.

In de avond hadden we afgesproken om met de Engelse Ian en zijn vriendin die we op de bus hadden ontmoet om een drankje te doen. Zijn vriendin lag al te slapen dus uiteindelijk met zijn drieën direct voor het hostel op het marktplein van onze laatste Vietnamese biertjes genoten. Later die avond toen alleen de heren nog over waren kwam een mannetje afrekenen en liep vervolgens weg om geld te wisselen… totdat we ons beseften dat het mannetje niet bij onze bierverkoper hoorde. Dus wij rennen! En om de hoek was meneer al gestopt met rennen en zat ie in de val. Hij stond met een hele berg geld trillend in zijn handen. We hadden die avond rijk kunnen worden maar hebben alleen het gestolen bedrag terug gevraagd. Hij blij, wij blij. Terug lopend richting marktplein kregen we applaus van de locals. Dus nog maar wat biertjes op onze overwinning geproost! Helaas de volgende ochtend weer om 6 uur op…

Met de cyclo opgepikt bij het hotel en de boot op richting Cambodja. Na een uurtje aangekomen bij de grens – een drijvend kantoortje aan de Vietnamese kant – de grenspost bij Cambodja leek het meer op een restaurantje en een tempeltuin. Het wachten duurde nogal lang en Ian kwam uiteindelijk aan met twee Angkor biertjes. Jep; die verkopen ze gewoon bij het grenskantoor. Het was dan wel 9.45 in de ochtend; dat biertje smaakte behoorlijk goed! Bietje op maar nog steeds geen paspoort terug. Mannetjes liepen overal in de tempeltuin met paspoorten rond op zoek naar eigenaren. Ze hadden ook de mensen van elke boot in groepjes bij elkaar kunnen houden en niet alle paspoorten door elkaar hoeven husselen dan was het een stuk sneller gegaan… En toen we de paspoorten terug kregen moesten we nog steeds onze stempeltjes zelf gaan halen. En dan blijkt dit de makkelijkste grensovergang te zijn…

Na twee uur zoeven over de Mekong kwam Phnom Penh in zicht! Het was echt gigaheet maar Laura wilde perse naar het hotel lopen in plaats van 2 dollar voor een tuktuk te betalen. Zwetend als niet een maar twee ottertjes kwamen we 20 minuten later aan bij ons hostel. Niet het beste hostel, maar wel lekker goedkoop. Een beetje rond gewandeld door de backpackerswijk en het Koninklijk Paleis gezien. Hier was het heel erg druk met locals. In de locale expat/backpackers boekjes hadden we al opgemaakt dat de oud koning overleden was en het land dus in rouw is.

Net als Vietnam heeft ook Cambodja een heftig en recent verleden. Tussen 1975 en 1978 was hier de Khmer Rouge onder leiding van Pol Pot aan de macht. In drie jaar tijd is 25% van de bevolking vermoord door het eigen volk en is alles in het land vernietigd. Net als de Nazi’s was ook de Khmer Rouge erg bedreven in het verzamelen van allerlei gegevens. Bergen met gruwelijke foto’s en handgeschreven bekentenissen zijn er. Ongeveer alle intellectuelen werden vermoord – ook als je een bril droeg werd je als intellectueel gezien – en iedereen uit de stad moest werken op het platteland ver weg in de jungle met nauelijks iets te eten en met werkdagen van 15 uur, je ging letterlijk je dood tegemoet. Mensen werden willekeurig opgepakt en ook als je voor het regime werkte was je leven niet veilig. Je werd net zo lang gemarteld tot je hetgeen bekende wat men wilde en vervolgens werd je naar een van de Killing Field gebracht waar je met een hamer of bijl je graf in werd gesmeten. Kogels waren te duur…

Uiteindelijk kwam er hulp van de Vietnamezen en werd Cambodja bevrijdt van dit verschrikkelijke regime. In Phnom Penh woonden nog maar ongeveer 100 mensen, daar waar het er eerst ruim een miljoen waren. Na de val van het regime werd de nieuwe regering helaas door veel westerse landen niet erkend omdat het was bevrijdt door het communistische deel van Vietnam en kreeg de Khmer Rouge uiteindelijk zelfs een zetel in de VN! Het is vreemd om te weten dat iedereen ouder dan 35 de Khmer Rouge heeft overleeft en dat mensen die voor het regime werkten nu naast mensen wonen die familie hebben verloren die wellicht door hun buurman zijn vermoord.

Het bezoek aan de Tuol Sleng gevangenis en de Killing Fields was bijzonder indrukwekkend. Je stemming slaat echt om van zo’n dagje. Bij de Killing Fields komen nog steeds de botten naar boven -vooral na een flinke regenbui – en liggen her en door nog kledingresten van slachtoffers. En in Tuol Sleng hebben we een van de 7 overlevenden van dit martelkamp ontmoet wat heel bijzonder was. Je krijgt echt een brok in je keel als je ziet en hoort wat er gebeurd is. De eerste indrukken van Cambodja zijn nogal heftig dus. ‘s Middags een terrasje gepakt wat echt even nodig was en een bus naar Sihanoukville aan de kust geboekt waar we een paar dagen lekker in een bungalow aan het strand gaan niksen!

Na weer een langer dan geplande busrit direct met de tuktuk door naar Otres Beach, 7 kilometer buiten Sihanoukville zelf. Wat een heerlijke plek. Een zandweggetje met aan de ene kant standtentjes en aan de andere kant kleine bungalows en bomhutten. Het is nogal een hippie vibe hier waar alles kan, er is een dozijn aan happy pizza restaurants en overal zijn kruidige dampen. Wij gingen naar Wish You Were Here waar we twee dagen gechilled hebben en aan het strand hebben gehangen of in de heerlijke onderuit-hang fauteuils zaten. Het is erg fijn om even niets te doen na maanden lang onderweg te zijn en elke dag weer bergen nieuwe indrukken op te doen. Soms is er te weinig tijd om alles goed op te slaan en moet je even rust houden! Eigenlijk was het de bedoeling om weer verder te gaan maar het niets doen beviel ons goed dus besloten we na 2 dagen naar een van de eilanden te gaan. Ons oog viel op Koh Ta Kiev en we besloten er voor een dag en nacht heen te gaan.

Met een klein vissersbootje in een uur naar het eiland gevaren en de entree was gelijk geweldig. Via een soort van tunneltje vanaf het strand loop je richting een bar met ervoor een groot houten plateau dat over het water uitkijkt. We zitten er nog geen vijf minuten als er een Choclate-Mint Absinthe Shake voorbij komt die er zo heerlijk uitziet dat we er ook een bestellen. Het uitzicht is paradijselijk en het eten dat er is blijkt inderdaad net zo paradijselijk. We besluiten nog maar net op het eiland dat er een nacht bij gaat komen! Joel de eigenaar glimlacht en zegt dat het wel vaker zo gaat maar binnen 10 minuten na aankomst was wel erg rap. Johann – een twee meter+ lang – blijkt de absinthe man. Hij stookt zijn eigen Abyss Absinthe in de jungle; of we willen zien hoe het gemaakt wordt. We verdrijven de tijd met boekjes lezen, zwemmen, snorkelen, cocktails drinken, eten en nog meer zwemmen… ‘s Avonds haalt Johann zijn gitaar tevoorschijn en speelt eigen liedjes en covers van Social Distortion, Nirvana, Velvet Underground.. en ander veelal depri werk ;-)

De tweede dag hebben we niet veel meer gedaan dan de dag ervoor. Jeroen zag een gitaar ergens liggen en na een tijdje pingelen kwamen er ineens weer IWIK-liedjes naar boven. Er is geen stroom, geen internet, niets. Heerlijk even weg van de wereld. Voor iedereen die overweegt naar Cambodja te gaan; TEN103 mag je niet missen!

Maar aan al het mooie komt een einde… het is weer tijd om verder te gaan. Een nachtje terug naar Otres Beach en dan ligt er een hele lange busreis naar Siem Reap in het verschiet. Op naar de tempels van Angkor!

Aangezien ons opslaglimiet op gaatverweg.nl bereikt is en Picasa weer bereikbaar schakelen we vanaf heden weer over… dus meer foto’s zie je op onderstaande link! (LET OP: een deel van de foto’s kan schokkend zijn…). Maaruh… CHECKEN dus die foto’s!


Mijn locatie .

Hué, Hoi An en HCMC

Ons eco resort was heerlijk. Even weg van de hassle en motorbikes. Na een kooklesje springrolls maken was het tijd om verder te reizen. Van Cat Ba naar Haiphong en van daaruit met de sleeperbus naar Hué. Jeroen was nog even aan het stressen bij de haven omdat we nog geen tickets voor de nachtbus hadden toen we de boot op moesten omdat we die hier zouden moeten krijgen van iemand… we zijn nog een beetje teveel China gewend waar alles zo gecontroleerd en geordend gaat. Hier komt alles wel goed hoe dan ook, en ach er zijn geen bushaltes maar de bus stopt wel voor je, en ach er zijn geen kantoortjes er zijn mannetjes op scooters die het wel voor je regelen. En hier dus ook, zitten we in de boot komt er een mannetje met onze tickets naar ons toe!

In Haiphong was het nog even 3 uur wachten tot de nachtbus ging. Met het Schots/Duits koppel en een Canadees meisje crashen we in een soort van Cafetje. Het is zo klein dat we het hele cafe met onze bagage in beslag nemen. Er is echt weinig te beleven in dit stadje, dus zitten we al snel met z´n allen te staren naar onze telefoons en te facebooken… want ja er is internet en fb/toegang, jeeuh! Bij een naburig stalletje bestellen we noodlesoep die ze komen brengen bij het cafe, wat een service.

En dan de sleeperbus, een hele ervaring laten we het daarop houden. Ten eerste je plek zoeken want de nummers waren niet helemaal logisch of stonden in zijn geheel nergens. Jeroen had bedje nummer 13, tsja dat was helemaal achterin waar je met zijn drieën naast elkaar ligt en het bedje is net wat korter dan alle andere …hmm Dat gaat niet werken. Jeroen is gewoon te lang om daar überhaupt in te kunnen laat staan liggen. En ja Jeroen ging dus op een andere plek liggen en daar krijg je hommeles van… Bij elke halte ging het licht aan, was er een discussie over de plekken want niemand lag dus meer op zijn goeie plek. Jeroen is drie keer verhuisd en toen had hij het gehad, vroeg hij om een matje voor in het gangpad waar hij wel normaal kon liggen, joehoee!

Okee geregeld, iedereen soort van blij! Maar wat een rit, overal wegwerkzaamheden en dus reden we ongeveer 40 km per uur. De totale afstand die we moesten afleggen was maar 700 km, wij deden daar 19 uur over. Maar vooruit 1 pluspunt was dat we ontbijt en lunch kregen in restaurantjes langs de weg (= nog langer onderweg zijn). We kwamen gebroken maar met een volle maag in Hué aan. Dit keer hadden we wel een hotel geboekt! En wow wat een onthaal! We kwamen binnen en ze zagen dat we nogal gebroken waren. We mochten eerst even gaan zitten en kregen een fruit salade en wat drinken… ja dat was wat we nodig hadden, nice! Na een uitpuf momentje de kamer opgezocht en neergeploft. De tv stond al aan en wij waren even verkocht… spiderman 1 en 2…

Hué, een klein stadje met twee gezichten. Waar de hotels zitten is het toeritische en relaxte gedeelte met cafes en restaurants. Aan de andere kant van de brug had je het echte Hué met òude stadsmuur, de citadel, kleine straatjes en kleine shopjes die meer voor locals waren. Met onze Schots/Duitse vrienden gingen we bij de locals met tv op straat een biertje drinken… en Darius en Jeroen namen ook nog maar even een rijstschotel! Op de terugweg was het ontwijk-de-cockroach op straat… de vietroach is snel en groot brrrrr… Oh ja en Laura stapte nog bijna op een grote dikke rat die wilde oversteken, verderop gillende Vietnamese meisjes…

We hebben het LP hoogtepunt van Hué – de citadel – niet bezocht, maar hebben een motor-scooter gehuurd om de koninklijke graven te bezoeken. We hadden een miezerig klein kaartje en al snel wisten we niet meer waar we waren… follow the tourbus lukte niet echt op onze scooter, maar gelukkig snapte wat locals waar we naar toe wilde en zaten we al snel weer op de juiste weg. Het was onwijs warm dus we zaten liever op de scooter! Gelukkig waren de graven wel interessant. Het zijn een soort van buitenverblijven met graf in een.

Tourbussen reden bij sommige graven af en aan, dus wachtte we af en toe om naar binnen te gaan. Ohja en de scooter even om het hoekje zetten want voor je het weet moet je parkeerkosten betalen! Overal willen ze geld voor hebben hier. Eén stomme fout maakte we die dag wel en dat was om ergens te gaan zitten en cola te bestellen zonder te vragen wat het kost. De madam vroeg nadat we weg wilde gaan en betalen 100.000 dong (4 euro) voor 2 cola!! Jikes, met een stalen gezicht alsof dat de normale prijs was… no way dat wij dat gingen betalen. Jeroen heeft er gelukkig lol in om indien je genaaid wordt te proberen de schade zo veel mogelijk te beperken en dus hebben we uiteindelijk 40.000 dong betaald; een min of meer redelijke prijs. Na drie tombes gezien te hebben (er zijn er veel meer) hadden we het wel gezien en zijn we nog even door het oude gedeelte getoerd en langs de stadsmuur.

Het volgende reis gedeelte hebben we met de trein gedaan. Het schijnt vanaf Hué de mooiste route te zijn om in Da Nang te komen, een kuststad vooral bekend om het China Beach waar ten tijde van de oorlog de soldaten feestte als ze niet op het slagveld waren. En strand, daar gingen we voor! Eerst een resort geboekt aan het strand en toen de trein in met vele andere toeristen samen in gegaan. En ja het is een mooie ritje langs de kust met mooie kleine strandjes, Jeroen was helemaal blij en heeft geprobeerd om dit vast te leggen op beeld! Vrij lastig als het begint te hozen…

Het resort was een beetje verlaten, we waren zowat de enige in dit hele complex van villa woningen. Dan maar een duik nemen in de zee… waar het kon want overal hadden ze vlaggetjes hangen van ‘no swimming’ vanwege de stroming hier. Ook het strand was uitgestorven, maar een paar toeristen en wat locals waren er. Het was niet het soort van wit zand en blauwe zee, nee eerder zand met zooi en een bruine zee, maar okee het water was heerlijk warm en de golven leuk om in te spelen. Een beetje een tegenvaller dus qua strand. Bij een klein tentje nog een heerlijk grote schaal met tijgergarnalen gegeten en Jeroen had nog een lokale schelp/schotel geprobeerd wat erg lekker was. Een dagje was genoeg voor ons.

Op naar Hoi An! Met de lokale bus, tussen de bloemen en eendjes op een klein plastic krukje; weer eens wat anders. Daar aangekomen vonden we al snel een goed betaalbaar backpackers hotel en gingen het stadje in. Hoi An is weer een en al toerisme en vooral veel tailors die elk gewenst pak voor je op maat kunnen maken. Tijd voor een pak voor de Neo dus! Meteen op de eerste hoek zagen we de tailor die het hotel aanraadde. Toch maar even naar binnen dachten we en even kijken. Ze hadden een goed praatje maar toch wilden we nog even rond kijken. Uiteindelijk zijn we ´s avonds toch terug gegaan naar deze toko en stofjes voor twee pakken uitgezocht! Laura was helemaal verliefd geworden op een jumpsuit bij een ander winkeltje van en Frans/Spaans koppel die alles zelf ontwerpen tot de prints aan toe. Beide geslaagd dus!

Hoi An is klein maar gezellig. Vele tours kan je hier boeken om de omgeving en delta te bekijken met motor of fiets. Wij zijn zelf gaan fietsen, tour vonden we niet nodig. En ja hoor ´s avonds kwamen we Ilse die Josie (de Canadeese van de nachtbus) had ontmoet, die wij weer hadden ontmoet in de nachtbus weer tegen… klein wereldje. Tijd voor cocktails en catching up. Ilse raadde ons de kookworkshop aan van Cafe 43 en die hebben we de volgende dag gedaan. Op zich zeer interessant en heerlijke dingen klaar gemaakt, al mochten we eigenlijk alleen de dingen choppen en af en toe roeren, de rest deed ze liever zelf… ach we hebben weer heel wat nieuws geleerd om wat kookclub avondjes mee te vullen!

Na nog een paar pas-afspraken bij de tailor waren de pakken gereed en hebben we alles maar opgestuurd naar Nederland. ‘s Avonds hebben we het vliegtuig naar Ho Chi Minh City (ook wel bekend als Saigon) genomen. Die negen kilo die we hadden opgestuurd waren we liever kwijt dan rijk, onze tassen zijn weer 16 kilo gelukkig.

HCMC is de grootste en meest ontwikkelde stad van Vietnam. Taxi’s naaien je nog meer kwamen wij achter, er zijn nog meer scooters ennn meer verschillende winkeltjes, zelfs van die dure als Gucci en Rolex en dan de echte bedoel ik. Ons hotel zit in een klein steegje tussen twee grote straten midden in het backpackers district. Afstanden in de stad naar de highlights zijn best groot en de eerste dag lopen we in de puf hitte de stad rond. Jeroen heeft de welbefaamde Weasel coffee geproefd bij een koffietoko die hier overal in de stad zit… 5 euro voor een kppje… Jeroen zat heerlijk van zijn koffie te genieten – mocht ook wel voor die prijs – terwijl Laura de koffiekopjes aan het bewonderen was. Na gevraagd te hebben waar ze die kopjes verkopen gebeurde er iets wonderlijks wat we nog niet gezien hadden. We wilde betalen en tijdens dat kwam de ober naar Laura toe met een kopje “for you from me” aan te bieden …huh wow really for me! Yes! Laura was verbaasd, normaal moet je voor alles betalen en dit was gratis, bijna schoking! Na dit voorval veranderde onze kijk op Vietnam toch wel weer, als je aardig blijft en interesse toont en niet meteen om discount vraagt… je het wel krijgt.

Onze tweede dag in HCMC kregen we een lesjes geschiedenis, we gingen naar de Cu Chi tunnels. Een ongelofelijk vernuftig stelsel van tunnels en overlevingstactiek. Drie lagen diep zijn de tunnels en elke laag heeft zo zijn eigen doel. Alles hebben de Amerikanen geprobeerd om de Viet Cong strijders uit de tunnels te verdrijven, ze laten onderlopen, honden er in sturen; niets heeft ooit gewerkt. Behalve tegen Agent Orange hadden ze geen verweer, en ja op school lees je erover en weet je wat er toen is gebeurd maar om daar dan te zijn en later in het museum de daadwerkelijke gevolgen, foto’s (niet fijne plaatjes!) en cijfers van dat spul, dat vergif te lezen moet je toch wel even slikken. Hoe een land een ander land zo kan vergiftigen waardoor de komende vier generaties hun kinderen verminkt geboren zullen worden omdat hun ouders gevochten hebben in de jungle – of daar gewoon woonden; echt gruwelijk. We waren flink op de feiten gedrukt daar, weer een andere kant van Vietnam die vandaag te dag nog steeds zijn gevolgen kent.

Vietnam is een land met vele gezichten. Vriendelijke mensen waarvan helaas de meesten je iets aan willen smeren en vaak zo veel mogelijk willen laten betalen. Al blijkt gelukkig ook dat er mensen zijn die het beste met je voor hebben, toch blijft het op voorhand gissen of iemand goede bedoelingen heeft of niet. Wat verder opvalt is de vele toeristen. Sinds het embargo tegen Vietnam in 1995 is opgeheven zijn de toeristen binnengestroomd en er komen inmiddels 9 miljoen toeristen per jaar en is daarmee het tweede land in Azië na Thailand (12 miljoen). Ook dit heeft weer voor- en nadelen. Er is van alles te doen en met Engels kan je overal terecht. Maar dit betekent daarmee ook dat overal waar jij heen gaat een hele berg andere mensen ook komen.

Nog een dagje HCMC en dan gaan we een aantal dagen de Mekong op en als alles volgens plan verloopt zijn we dan over een paar dagen in Cambodja.



Mijn locatie .

Hanoi en Cat Ba Eiland

Vietnam is weer eens heel wat anders! Overal scootertjes met mensen, nog meer mensen en een heleboel koopwaar en andere prullaria dat op de brommer is vastgebonden. Het is soms lastig om er nog een brommertje in terug te vinden. Een stoplicht is vooral een westers cadeautje van leuke lichtjes met kleurtjes die verder niet echt een betekenis lijken te hebben. Gek genoeg is oversteken geen probleem… maar vooral blijven lopen en niet midden op de weg stil gaan staan. Zolang je in beweging blijft rijden de brommertjes in een sliert om je heen en bereik je gek genoeg veilig de overkant.

Er is koffie en er zijn volop baguettes en croissants… wat een welkome afwisseling na de eindeloze dumplings en noedels als ontbijt – al was daar heus niet veel mis mee. De huizen zjjn anders; Frans-koloniaal, maar dan in een Vietnamees jasje. Allemaal smalle huisjes die heel diep naar achteren lopen en vaak een verdieping of 4 a 5 hoog met bovenop mooi versierde daklijsten en ornamentjes hier en daar. We zitten in de Old Quarter, een heerlijke wirwar van kleine drukke straatjes vol winkeltjes en alles door elkaar! Er zijn hier minstens net zo veel toeristen als in China maar wat opvalt is dat de toeristen hier vooral westers zijn. Het is voor het eerst op onze trip dat we binnen 5 minuten 10 witte gezichtjes op straat zien. Da’s wel even wennen!

Zoals in ons vorige blog al gezegd kwamen we om 5 uur in de ochtend aan in Vietnam. Geen Vietnamese Dong op zak en zonder een hostel geboekt te hebben stonden we midden in de nacht voor het station. Geen ATM…. maar gelukkig we hadden nog wat Dollars die het goed blijken te doen in Vietnam en naast de Dong prima als betaalmiddel doorgaan. En zo kwamen we met een veeeeeels te duur taxiritje aan in de Old Quarter. We hadden gelukkig wel een straat waar we heen wilden en vonden al snel een hostel. Geen kamer vrij op het moment, maar wel om een uur of 9. Er was een kamertje waar we onze bagage konden stallen en onszelf – de kamer had een bed waar we even mochten liggen… heel fijn; heerlijk 3 uur liggen pitten. Eenmaal op de kamer weer in slaap gekukeld en rond een uur of 12 eindelijk Hanoi wezen verkennen!

We hebben die dag niet heel veel gedaan… een beetje de wijk verkent en de winkeltjes afgestruind en tot de conclusie gekomen dat de winkeltjes hier leuker waren dan in heel China… dus weer flink ingeslagen… ‘s Avonds naar een voorstelling van traditionele Catru muziek geweest. Het was en is moeilijk een goed oordeel te vellen over de muziek. Het draait om gedichten begeleid met muziek. Het klinkt als een soort van mantra en volgt ritmes en tonen die soms moeilijk tot niet te volgen waren. Pas halverwege vertelde men over de oorsprong en het hoe en waarom van de muziek wat men beter aan het begin had kunnen doen want pas toen vielen dingen meer op hun plaats.

De volgende dag zijn we richting een groot meer gelopen, hebben weer eens een tempel en pagode bezocht en zijn vervolgens bij toeval tegen het mausoleum van Ho Chi Minh aangelopen; het heiligste der heiligste volgens vele Vietnamezen. Helaas was onze Ho voor balsemings-onderhoud naar het door ons eerder bezochte Moskou dus moesten we het doen met Ho Chi Minh’s Stilt House direct achter het mausoleum. Hier staat naast alle pracht en praal van grootse gebouwen het simplistische woon- en werkverblijf van Ho Chi Minh. Wij waren erg onder de indruk van de eenvoud en schoonheid van het huis op palen. In voor de kou aangepaste vorm zou het best een droomhuis kunnen zijn! In de avond heerlijk wezen eten in een wat luxer restaurant en inclusief 2 glaasjes Vietnamese ‘Son Tinh’ likeur – een soort van grappa meets vodka – was de rekening alsnog nog maar 20 euro!

Na twee dagen hielden we Hanoi weer voor gezien. Tijd voor zon, zee en strand! Voor wat betreft die zon weten we het niet zo zeker want het weerbeeld ziet er de aankomende dagen nogal foggy uit. Maar eigenlijk mogen we niet klagen; een week geleden was er hier een hevige tyfoon die flink heeft huisgehouden; je ziet het goed aan de omgewaaide bomen en afgebroken takken her en der. Somigge resorts hebben geen strand meer over! Lekker warm blijft het gelukkig wel. Maar… tijd voor zee en strand dus!

Op naar Halong Bay! …Maar dan net even anders. Halong Bay is de afgelopen jaren opgeslurpt door toeristenboten en is een soort mickey-mouse-mania achtig Disneyland geworden… wij kozen voor het meer of the tourist map ‘Lan Ha Bay’ dat prima te bezoeken is vanaf het eiland Cat Ba. Dus eerst met de taxi in 20 minuten naar het busstation. Daar voor 12 euro voor twee personen een ticket gekocht en om 11.20 ging de bus. Bij het ticket inbegrepen nog een kilometertje of 45 met de speedboat en daarna nog het laatste stuk met weer een bus naar Cat Ba Town. Het hele ritje zou 4 uur gaan duren.

Vonden we de Chinese weggebruiker en buschaufeurs al een verschrikking dan moet dat hierbij voor een deel worden terug gedraaid… want de Vietnamees kan er ook wat van al ligt dat niet zo zeer aan zijn rijvaardigheid! De bus naar Cat Ba stopte constant – zonder reden en/of mensen op te pikken en het duurde uiteindelijk ruim 3 uur voor een stukje van amper 100 km en toen waren we pas bij het dock voor de boot! Aangekomen bij iets dat op een haven moest lijken bleek zonder enige vorm van mededeling van de chauffeur dat we nog ruim een half uur op de speedboat moesten wachten. De speedboat was een roestbak, maar gelukkig het ding bleef drijven getuige het feit dat we dit verhaal nog kunnen typen.

Cat Ba Town is een betondorp en heeft voor een prachtige kust een strook van hotels en bars. Ook hier duurt het waarschijnlijk niet lang meer voor de massa toestroomt. Het eiland zelf is wel erg mooi en een typische plaatje van het karstgebergte in deze regio. Eigenlijk wilden we zo snel mogelijk richting een resort en weg van deze lelijkheid maar direct bij het uitstappen van de bus zagen we het kantoor van Asia Outdoors waar we toch al info wilden gaan vragen over kajaktours door de baai dus maar even naar binnen gestapt en zowaar was er een kwartier later een meeting voor geïnteresseerde waarin werd verteld wat er voor de volgende dagen gepland stond. Het klonk goed en was ook nog eens goedkoop dus voor de dag erop gelijk een tripje met overnachting op hun minimalistisch bootje geboekt! Naar een resort gaan is dan een beetje zonde dus eindigde de dag in een hostel op de strip boven een disco met foute jaren 90 en ’00 muziek. Oordopjes in en slapen maar!

De oordopjes deden gedeeltelijk hun werk en de volgende ochtend gingen we na het ontbijt met zijn allen in een busje richting de baai. Vijf minuten later zaten we op de boot en voeren de haven uit. Overal op het water zijn kleine vissersdorpjes. Die drijven op plastic vaten of piepschuim. Helaas laat men de hutjes achter op het moment dat de zee de boel begint op te vreten en zo ontstaat er flink wat vervuiling. Maar gelukkig; na een ruim half uur varen ziet het er een stuk beter uit en zijn we zo’n beetje de enige in de wijde omgeving. En beter nog de zon scheen!

Tijd om de kajaks in te gaan! Dus iedereen in groepjes van twee in een kajak en zowaar we gingen nog recht ook. We hebben twee uur rond gepeddeld, een mooie lagune gezien en een strandje uitgezocht om een duik te nemen! Terug naar de boot voor een lunch, en lekker dat die was! Heerlijke coconut-chicken met citroengras, springrolls en ander lekkers! Daarna weer een stukje verder gevaren en weer twee uur in de kajak doorgebracht. Dit gebied lag tegen Halong Bay aan en het was hier dus iets drukker, maar al met al viel het reuze mee.

Om een uur of vier was het tijd om terug te gaan naar de haven… maar samen met vier andere bleven wij lekker op de boot en voeren weer terug richting de Lan Ha Bay. Na zonsondergang kregen we diner wat weer heerlijk was en hebben boven op het dek de avond versleten met bier en gesprekken. Het weer was goed dus we sliepen op het dek, beter dan beneden waar het vol met kakkerlakken zat! Een bijzondere ervaring… alleen begon het rond half 4 te regenen. In het begin was de miezer wel lekker en verre van storend, maar toen het even opgehouden was begon het vervolgens een stuk harder te regenen en was het kiezen tussen nat worden of de Viet-roaches beneden. Uiteindelijk toch maar naar beneden gegaan. Niet echt veel meer geslapen en helaas was de zonsopgang ook niet echt je van het.

Om een uur of acht voeren we terug naar de haven en gingen wij de boot af en de volgende groep de boot op. Eerst maar eens een goed ontbijt scoren en dan beslissen wat te doen… hiken of naar een resort. Na een goed ontbijt besloten om met een schots/duits stel die ook de nacht op de boot hadden doorgebracht een hike door de jungle te doen in het binnenland van Cat Ba eiland.

Dus eerst een half uur achterop de scooter richting een klein dorpje waar we thee kregen en toen begon het geklauter door de jungle. Het viel reuze mee na de rare nacht en er was veel te zien. Vooral kleine dingen; plantjes, mieren, spinnen, wandelende takken en af en toe zag je door de jungle heen de karstbergen. We wilde niet een al te lange hike dus na twee uur waren we terug in het dorpje bij de familie In een mooi bamboehuis werd er lunch voor ons gemaakt en daarna weer terug naar het stadje. En wie kwamen we tegen; ja hoor daar was Ilse die we nog van de Tiger Leaping Gorge en Dali kennen! Ze ging klimmen – natuurlijk en we hadden haar ook wel hier verwacht maar het blijft toevallig dat we haar weer tegen het lijf liepen, dus of we haar nog tegenkomen…

De aankomende nacht moest natuurlijk wel goed zijn dus besloten we – mede omdat de kosten voor de tour behoorlijk meevielen – om naar een eco-lodge resort te gaan. Wat een luxe! Je tas wordt naar je kamer gebracht, er is een regendouche, een mega lekker bed…. kortom een prima plek om even te relaxen!



Mijn locatie Hai Phong, Vietnam.

Yunnan

Terug in Chengdu voor 1 nachtje. We krijgen precies dezelfde kamer als vorige keer, grappig! Na een goed ontbijt nemen we de taxi naar de shuttle bus stop voor het vliegveld. We hebben vandaag een bad karma day, elke bus missen we net… ook in Lijiang waar we naar toe zijn gevlogen. We komen dus iets later aan in Lijiang Old Town waar ons hostel is. En wat een overgang! Van het vochtige bewolkte Sichuan naar het zonnige en warme Yunnan! En dat in maar 1,5 uur vliegen.

Lijiang is erg relaxt merken we, ons hostel heeft een heerlijk dakterras en de mensen zijn erg aardig. De Old Town van Lijiang is oud, maar ook weer heel nieuw. In China geven ze gebouwen om de zoveel jaar een face lift. Ze strippen het gebouw (niet slopen / meestal dan) en bouwen het dan weer op dus het ziet er oud-nieuw uit. Lijiang heeft gezellige kleine straatjes en het is moeilijk om niks te kopen (want in Dali schijnt alles goedkoper te zijn). Lijiang is voor ons the gateway naar de Tiger Leaping Gorge, een mooie hike door een steile kloof. Het verhaal is dat een konijntje een tijger aan de overkant aan het treiteren was..nuh nuh je kan me toch niet pakken, nuh nhuh… en de tijger dacht hmm een lekker maaltje; wacht maar konijntje ik spring naar de overkant en eet je op. Het konijntje dacht, dat lukt hem nooit, maar helaas voor het konijntje het lukte de tijger wel! Dat schijnt het verhaal – of de fabel te zijn.

Eerst doen we nog een dagje Lijiang en merken al snel dat de Old Town twee kanten heeft. Een deel is echt super toeristisch. Overal toeristen – vooral Chinezen – en heel heel veel winkeltjes die weer veel van het zelfde verkopen al is de keuze hier groter en zijn de artikelen authentieker dan in de rest van China. Andere delen van de Old Town zijn daarentegen weer heel rustig en een zeer aangename plek voor een wandeling. Ons hostel ligt ook in dit deel wat erg prettig is want zo ontlopen we de drukte een beetje.

En daar gaan we dan! Met een volle tourbus met vooral buitenlanders rijden we richting de kloof, een rit van ruim 3 uur. We beginnen met lopen rond 11 uur, en na een uurtje gelopen te hebben komen we boeren tegen die ons duidelijk maken dat we de verkeerde kant op aan het lopen zijn. Eerst denken we dat ze ons naar het lage pad willen wijzen in plaats van het hoge pad, maar een Chinese jongen die achter ons aan liep zegt het ook. Okee shit terug lopen… ze zeiden al; soms zijn de pijlen moeilijk te zien. En ja hoor 400 meter terug naar beneden zien we een huisje met op de grond een rode vage pijl… grrrr denk ik, toen we hier liepen zag ik wat Fransen zitten waarom zeiden die niet dat we de verkeerde kant op gingen?? We lopen nu wel in een leuk gezelschap. Een Belgisch meisje genaamd Ilse en een Senagalese-Seatlelaar Francis. Francis blijkt een scherp oog te hebben voor die kleine rode pijlen die we moeten volgen, en door Ilse kunnen we weer even Nederlands praten!

De 28 bochten naar boven zijn wel echt killing en de zon fikt hard. Maar we hebben nog onze bamboe stokken uit het bamboe-park die met ons mee zijn gevlogen! Na de bochten is het prima, een mooie hike met kleine paadjes en we zien nauwelijks mensen langs het pad, alleen wat locals. Om half zes komen we bij onze slaapplaats, the half way house hostel. Wow, wat een mooie plek! Onze kamer geeft uitzicht op de enorme bergkam aan de andere kant van de kloof en de bedden zijn zacht en warm. Proost! We nemen een heerlijk koud verdient biertje op het dakterras en genieten van lokaal Naxi eten dat bestaat uit een soort van naan met van alles er op.

De volgende dag is een eitje qua lopen maar voor Laura soms even slikken omdat het pad smaller wordt en langs een steile bergwand gaat… jikes! In ruim twee uur en met vele fotostops van Jeroen en Francis komen we aan bij Tina’s Guesthouse vanwaar de bus terug gaat.

Maar je kan vanuit hier ook nog even helemaal naar beneden naar de rivier en de zo geheten middle-rapids. We hebben tijd zat dus gaan we naar beneden, wel moeten we hier bij een door locals geïmproviseerde ticketoffice 10 RMB betalen naast het ticket voor de gorge zelf, vooruit dan maar. Dit pad is een stuk steiler en af en toe moet je jezelf goed vasthouden aan de soort van leuning die er gelukkig zijn. De rivier beneden stroomt ontzettend hard en woest door de kloof, wat een mooi gezicht. We maken wat foto’s en beginnen dan met de klim weer naar boven want het schijnt dat het een uur naar beneden en 2 uur naar boven klimmen is. De zon fikt vandaag ook weer behoorlijk hard dus al snel zijn we allemaal drijfnat van het zweet. En eenmaal boven blijken we de klim terug in 1 uur te hebben gedaan dus we hebben nog ruim een uur om een heerlijke Naxi lunch te eten met een welverdiende Dali bier voordat we de bus weer in moeten. Helemaal prima!

We besluiten die avond dat we met z’n vieren naar Dali gaan reizen en boeken alvast een 4 persoons dorm. De dag na de klim slapen we uit, verkennen het stadje nog even en gaan dan de bus in met ook nog eens een groep Fransen die dezelfde weg afleggen als ons sinds we in Yunnan zijn. De busrit is wat minder. De chauffeur lijkt haast te hebben, en haalt alle trucks, auto’s, brommers en al wat er nog meer o de weg vertoeft in op de smalle wegen in de bergen. Hij lijkt niet eens te kijken of hij kan inhalen, hij doet het gewoon. Blinde bochen, ahter andere bussen aan; het aakt hem niet uit. Jeroen schreeuwt na weer een vreselijke actie met een bijna frontaaltje “fuking stupid crazy driver!!” De halve bus (lees: alle buitenlanders) steekt hun duim op. Niet dat het iets uithaalt, want hij blijft gewoon rare acties uithalen. Iedereen in de bus heeft het gehad met de chauffeur, en ja uiteindelijk ook de locals. We zijn blij als we uit de bus mogen in Dali.

De Fransen stappen in een minibusje naar het hostel, maar wij vinden de prijs wat te duur en vragen om ons heen waar we zitten op de kaart en hoe ver het lopen is. Maar dan komt er een stadsbus voorbij en Ilse springt er zowat voor om hem te laten stoppen want dit is een bus die naar ons hostel gaat! Het helpt. De bus stopt en we stappen in en sparen ons zo een duur taxiritje uit. Dit hostel heeft facebook jaja (de facebookers onder jullie hebben dat inmiddels al gemerkt)!! Via wifi en een VPN verbinding kunnen we op facebook, youtube en noem maar op! Dat was zeven weken geleden sinds we dat konden. Ah en ja tuurlijk typish Chinees, hebben ze niet 1 dorm voor ons allen geboekt, nee drie in de ene dorm en 1 persoon in de andere vier-persoons dorm, lekker logisch. We vinden de jongen die als enige in de vier-persoons dorm zit en hij wil wel verhuizen zodat we toch met zijn vieren samen in 1 dorm zitten.

Ilse heeft de volgende dag een klim date met een Chinese jongen dus wij gaan met zin drieën het stadje verkennen en fietsen naar het meer in de buurt. Een prima relaxt dagje. Die avond besluiten we naar een lokale kroeg te gaan met zijn allen. De Bad Monkey bar is de place to be en we moeten bekennen, het is leuke kroeg gerund door een aantal hippies. Een van hen herkent zelfs Jeroens Ziltoid shirt (Devin Townsend). Er is live muziek en deze keer eens geen gezapige Chinese popliedjes. We drinken behoorlijk wat en gaan behoorlijk tipsy terug naar ons hostel.

En die avond wordt Jeroen ziek – en nee niet van de alcohol! Om het uur loopt hij naar de badkamer waar alles er aan elke denkbare kant uitkomt. De volgende dag wordt het er niet beter op, hij wordt steeds warmer, stijve spieren, hoofdpijn en moet nog steeds elk uur naar de plee. Ik besluit om bij Jeroen te blijven en loop het stadje in voor medicijnen. Na weer een moeilijke nacht blijft Jeroen ziek dus wij besluiten om nog maar even niet naar Kunming te reizen. Ilse gaat wel verder en wij verhuizen naar een private room. Een goede keuze want er is tv met BBC News en een Australische zender en er staat een DVD-speler en het hostel heeft bergen met films! Later die ochtend gaat Jeroen wat bestellen – witte rijst; je moet toch wat eten – en voor het eerst vraagt personeel hoe hij zich voelt… hmm nog niet heel erg goed zegt ie. En dan vraagt de eigenaar van het hostel wat de symptomen zijn. Het blijkt een typisch gevalletje van reizigers diarree. Hij zegt dat ze antibiotica verkopen, een kuur van 2 dagen. Goh dat hadden ze gister ook wel ff mogen zeggen. Laura had nog bij de receptie gevraagd of ze in het Chinees Jeroen zijn symptomen konden opschrijven zodat ik medicijnen kon gaan halen. De kuur blijkt ook nog eens belachelijk goedkoop! 5 RMB, dat is 60 cent! Een dag later gaat het beter met Jeroen en hebben we trein tickets gekocht om de volgende dag met de trein (gelukkig niet met de bus!) naar Nanning te gaan reizen, een tripje met overstap in Kunming van 24 uur. Van daaruit nemen we een nachttrein naar Hanoi, Vietnam!

De hard-sleeper van Kunming naar Nanning was voor ons de eerste hard-sleeper en het was toch wel even krapjes om onszelf op de bovenste plank te manoeuvreren… maar al met al viel het heel niet tegen. Om half 10 in de ochtend kwamen we aan in Nanning, een niet al te interessante stad waar we eerst de kaarjes naar Hanoi moesten zien te fiksen. Onverwachts werd dit de snelste ticket purchase ever. Binnen 2 minuten stond Jeroen weer buiten en was het zoeken naar de bagage opslag zodat we niet 9 uur met onze bagage opgescheept zaten. Ook dat was geen probleem en zijn vervolgens de stad ingelopen. Uiteindelijk bij een Mac Donalds gaan zitten en onze mening over China op een rijtje gezet… 4 uur later eindigend met hele vellen vol ideeën voor Pollination! En zo vloog de tijd toch weer voorbij en was het tijd om de trein in te gaan.

Om een uur of 11 kwamen we bij de Chinese kant van de grens en moesten we inclusief bagage uitstappen en voor de zoveelste keer onze est onze bagage gescand. Gelukkig waren er maar 3 wagons met mensen en was de rest van de trein leeg dus nog geen anderhalf uur later reed de trein het Vietnamese grensplaatsje binnen. Hier moest iedereen zijn paspoort bij een balie inleveren en wachten maar. Het leek behoorlijk chaotisch en toen alle paspoorten gestempeld waren werd iedereens naam omgeroepen om zijn of haar paspoort terug te krijgen. Het uitspreken van met name Jeroens naam was erg grappig, maar het werkte allemaal prima. Verder vertrouwden de Vietnamezen op de controle van de Chinezen dus binnen en uur vertrok de trein weer.

Na een korte nacht vol onderbrekingen kwamen we om 5 uur aan op het station. Hello Vietnam!!!



Mijn locatie .